| Boermarken |
| Geplaatst door Hennie Russchen |
|
Boermarke (1) Vereniging van gewaardeelde boeren in een buurschap. In oorsprong was het territoir van de buurschap de marke en waren de buren, de dorpelingen dus, de markegenoten. De volle buren hadden een aandeel, een waardeel , in de gemeenschappelijke grond en andere rechten in het dorp: het bepaalde hoeveel plaggen men mocht steken, hout mocht kappen, vee mocht laten weiden op de gemeenschappelijke heide en eikentelgen moest planten. De vertegenwoordigers/ bestuurders van de boermarke heetten volmachten. Vanaf de 16e eeuw kreeg de buurschap meer eigenaren van buiten, zoals geestelijke instellingen, zodat degenen die gerechtigd waren in de marke van een dorp niet altijd meer buur waren. Bovendien kwam het waardeel losser van de grond en kon het in kleinere delen vererven. Sinds de invoering van de gemeenten in 1811 werd een deel van de vroegere dorpstaak door de boermarke overgelaten aan de gemeente. Door de grootschalige scheiding van de gemeenschappelijke markegronden in de 19e eeuw nam de invloed van de boermarken ook af. Niettemin bestaan er nog vele tientallen boermarken die grond bezitten, de jacht verhuren of landbouwwerktuigen ter beschikking stellen aan de leden. Op initiatief van Jan Hingstman uit Amen en Jan van der Struik, beiden verbonden aan het Drents Landbouwgenootschap, kwamen in 1979 75 boermarken uit Drenthe bij elkaar te Rolde. Ruim 200 volmachten discussieerden over gezamenlijke problemen en aandachtspunten. In 1991 werd besloten een Vereniging van Drentse Boermarken op te richten. De vereniging telt 83 boermarken als lid. De vereniging is o.a. actief op het gebied van de flora en fauna, bosprojecten, biotoopverbetering, milieuzaken, Dorp in het Groen (samen met de Brede Overleggroep Kleine Dorpen ). Boermarken in Drenthe zijn zodoende op veel plaatsen actief in de gemeenschap en hebben een goede binding met de plaatselijke bevolking. Buurschap Dorp, gemeenschap van eigenaren van erven, de organisatie van het autonome dorp. De buren besluiten gezamenlijk over alle buurschapszaken, zoals gemeenschappelijk bezit (de buur- of boermarke), gebruik van de es, vaststelling van willekeuren en boeten, zorg voor wegen en waterlossingen en aangifte van overtredingen. Om gerechtigden in het gemeenschappelijk bezit die geen 'buur' waren aan te duiden gebruikte men allengs de term 'markegenoten'. Ook na de invoering van gemeenten in 1811 bleef de buurschap - vaak onder de naam 'boer' - bestaan. Weliswaar ontnam de scheiding van de marken in de 19e eeuw aan de buurschap een belangrijk deel van zijn bestaansrecht, in vele dorpen bleef de 'boer' of de 'boermarke' bestaan tot vandaag aan toe. Boermarke (2) De boermarke of marke is een eeuwenoude vereniging van zelfstandige dorpsbewoners die de gemeenschappelijke eigendommen van dat dorp beheert. Het woord marke wordt ook gebruikt om het gebied mee aan te geven dat bij een dorp hoort.
De eigenerfden vormden de kern van de buurschap, hetgeen blijkt uit het feit dat enkel zij buren werden genoemd. Het waren enkel de eigenerfden, en dan nog enkel de mannelijke gezinshoofden, die het bestuur van de boermarke (en daarmee van de buurschap) vormden. Zij vormden in vergaderingen, samen met een vertegenwoordiger van de landsheer, het openbaar gezag en daarmee tegelijk het laagste bestuurlijke en gerechtelijke niveau. Zij waren ook met de adel de enigen die vertegenwoordigd waren in het 'provinciaal' bestuur. |